liefde voor italie

Het wonderschone Italië

liefde voor italie

Échte passie voor Italië

Wanneer ik mijn passie over Italië weer eens over anderen heen stort, dan hoor ik vaak: “oohh daar wil ik ook nog eens een keer naartoe” of “jaaaa, daar ga ik ook zo graag heen”. In het laatste geval komen de verhalen al snel los en blijkt het heerlijke eten, de wijnen en natuurlijk de waanzinnige landschappen de grote gemene deler. Voor wie er al eens is geweest hoef ik weinig te vertellen, maar voor wie nog nooit in Italië is geweest gaan we proberen uit te leggen waarom ze daar zeker eens naartoe moeten.

Iedereen weet vast wel waar Italië ligt en dat het de vorm van een laars heeft. Iets wat natuurlijk goed past bij Italië, want er komen heel wat modeontwerpers vandaan en Italianen vinden mode dan ook heel belangrijk.

Er zijn 20 regio’s. We splitsen ze voor het gemak even op in 3 delen:

NOORD (groen):
Valle d’Aosta – Piemonte – Lombardia – Trentino Alto Adige – Friuli – Veneto – Liguria en Emilia-Romagna

MIDDEN (wit):
Toscana – Le Marche – Umbria – Lazio – Abruzzo – en Molise

ZUID (rood):
Campania – Puglia – Basilicata – Calabria – Sicilia en Sardegna

Elke regio heeft wel iets bijzonders. Een ander landschap, een bijzonder streekgebonden gerecht of bepaalde wijnsoorten. Wat dat betreft kan het niet anders of Italië heeft echt voor ieder wat wils. En of je nou liever kampeert, een huisje huurt op een heuvel of toch het liefst in een 5sterren hotel vertoefd… Alles is mogelijk!

Nu is het wat lastig om alle regio’s in één blogartikel volledig door te nemen, dus dit gaan we apart per regio doen. Piemonte – een schitterende regio in het noorden van Italië.

Wie aan Italië denkt, denkt natuurlijk als eerste aan de zon. Nou…, die schijnt er zeker heel vaak maar vergis je niet! Het kan er ook behoorlijk tekeer gaan en als het er dondert, dan dondert het er ook goed. De bergen echoën alles terug, wat dan wel weer vaak een mooi spektakel oplevert. Áls je daarvan houdt natuurlijk! 

Ook Italië kent een “Salou”. En daarmee bedoel ik een plek waar heel veel Nederlanders op vakantie naartoe gaan. In Italië is dit het Gardameer en dan vooral rondom Bardolino. Daar zijn veel campings die ‘s zomers vol Nederlanders zitten, kroketten & frikandellen avonden worden georganiseerd. Nee, ik verzin het écht niet!
Wil je liever niet tussen de hordes Nederlanders je vakantie vieren, dan kun je beter zuidelijker gaan. En dan niet het noorden van Toscane want daar kun je ook aardig wat Nederlanders tegenkomen, maar dan het zuiden van Toscane of bijvoorbeeld Le Marche, de regio naast Toscane
Maar wil je liever in het noorden blijven, dan is Piemonte hiervoor ook de regio bij uitstek. Want deze regio, hoe het meest dichtbij deze ook ligt qua afstand, is echt nog zo enorm onontdekt. Hier kom je, ook in de hoogzomer, weinig tot geen Nederlanders tegen terwijl de regio echt geweldig is om in te verblijven.

Hoe zuidelijker hoe warmer in de zomer, maar dat spreekt vast voor zich. Ook de vegetatie is anders in het zuiden dan in het noorden en zo ook de prijzen. Je zou kunnen zeggen: hoe populairder de regio, hoe duurder. Maar dit gaat niet helemaal op, want dan zou je denken dat het Gardameer erg duur is en dat is dan weer niet het geval. Maar dit komt waarschijnlijk omdat, het deel rond Bardolino, een trekpleister is voor kampeerders en daardoor goedkoper is. Nemen we het toeristische deel van Toscane, want grotendeels het noorden van Toscane beslaat, dan is dit een stuk duurder te noemen. Waarom? Tja, Toscane is bekend, die regio kunnen we in heel wat films terug vinden en daar heeft – laten we zeggen de VVV’s – handig op ingespeeld. Een niet toeristische regio als bijvoorbeeld Piemonte heeft minder bekendheid om op mee te “varen”, dus is goedkoper.

In Liguria is het op zich niet duurder dan in andere regio’s, maar ga je naar Portofino, dan betaal je weer de hoofdprijs. Dus het kan ook plaatsafhankelijk zijn. Portofino is de place to be voor de Rich & Famous. Daar liggen boten waar de meesten alleen van kunnen dromen. Het is het Sant-Tropez van Frankrijk. De rijken meren daar graag aan met hun enorme jachten om te flaneren over de “boulevard”. Maar kijken kost niets heb ik geleerd, dus ga er gerust eens een kijkje nemen. Het is er absoluut adembenemend mooi!

Het eten en drinken kun je, net als elders, er zo duur maken als je zelf maar wil. Een Pizza heb je er meestal al voor 5 euro en die zijn niet zo klein als hier in Nederland, nee dat zijn complete maaltijden! Ook pasta’s zijn niet duur en ondanks dat het daar geen hoofdgerecht is, krijg je meestal een portie wat wij Nederlanders doorgaans op ons bord opscheppen. Dus voor weinig geld kun je al uit eten gaan. En bedenk: Italianen zijn dol op verse producten, je zal er zelden iets uit een potje of pakje zien komen. Natuurlijk kun je in de supermarkten wel alles verpakt kopen, maar de restaurants gebruiken vaak verse producten.

Wat betreft de reis kun je er met het vliegtuig naartoe en met de auto, motor of zelfs fiets als je dat wilt. Maar laten we het even bij het vliegtuig en de auto houden. Er zijn heel wat luchthavens in Italië, … om precies te zijn. Dus je kunt praktisch overal met het vliegtuig wel komen.

Hier een kaart met alle luchthavens. Klik op een vliegtuigje (je kunt ook inzoomen en verschuiven) om de gegevens te bekijken per luchthaven.

Je kunt wel het beste een auto huren vanaf de luchthaven om verder te reizen. Met het openbaar vervoer is natuurlijk ook een mogelijkheid, maar bedenk wel dat niet alles zo gepland is als wij in Nederland gewend zijn. Zeker niet buiten de steden!
Met de auto naar Italië is een andere mogelijkheid. Afhankelijk van de bestemming reis je door Duitsland en Zwitserland of Oostenrijk. In de laatste twee landen ben je verplicht een autobaan vignet te kopen. Dit kan vooraf bij de ANWB of ter plekke aan de grens. Bedenk wel dat het daar in de vakantieperiode druk kan zijn. In Zwitserland zijn ze behoorlijk streng en moet je rekening houden met hoge boetes voor te snel rijden of het niet gebruiken van een vignet op de snelwegen (als je binnendoor rijdt heb je geen vignet nodig, echter ben je dan héél lang onderweg). Ook moet je het vignet opplakken zoals op de achterkant beschreven, op elk andere wijze aangebracht zien zij als bedrog en kost je 500 euro boete!

In Italië is autorijden, gek genoeg, niet hetzelfde als eten of leven. Waar ze heel veel de tijd nemen om gezellig met de familie te tafelen of van een wijntje op een terras te genieten, daar hebben ze met autorijden een broertje dood aan. Ze veranderen terstond in heuse coureurs zodra de sleutel is omgedraaid. Verkeersregels zijn hun vreemd en halen in op plekken – denk aan zeer onoverzichtelijke bochten – die zorgen voor een hoge hartslag; JOUW hartslag dan wel te verstaan! Nu wil ik niemand bang maken, want zelf rij ik héél graag in Italië.  Op de snelweg ga ik met ze “mee” in het gedrag van “ik mag eerst” (dat dwingt op de een of andere manier respect af en anders rijden ze je voor de voeten) maar op de bergweggetjes, en dan vooral bij die onoverzichtelijke bochten, houd ik goed afstand en laat me niet gek maken. Onder het motto: liever een pazzo (gek) voor me, dan achter me!

Ben je geen zekere rijder, dan raad ik je aan om steden als bijvoorbeeld Rome te mijden. Daar is het in de binnenstad vaak een grote mierenhoop van auto’s, scooters en bussen. Het lijkt er om te gaan wie het hardste kan toeteren óf schelden en die krijgt dan voorrang. Op de een of andere manier lost het zich altijd redelijk snel op, maar om er doorheen te komen moet je wel in “standje Italiaans” gaan. 

Eigenlijk vat ik Italië graag in één woord samen en dat is PASSIE! Want dat hebben ze, die Italianen. Passie voor alles wat ze doen! Het zijn ook enorm trotse mensen en als ze je even kennen sluiten ze al snel in hun hart én andersom ook! Ik kan niet anders zeggen dan ga er naartoe en beleef het zelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *